lees ook: hoofdstuk 1 24 5 6 7 8 en 9

 

hoofdstuk 3

Flora en de gemene jager


Ook in het mooie bos waar Flora de Fee woont is het voorjaar geworden. Alles staat in bloei en de bomen zitten weer vol met bladeren.  Er worden ook weer volop jonge dieren geboren. Zo zijn er vogeltjes, haasjes, konijntjes, hertjes, vosjes, eekhoorns en de vijver zit boordevol kikkerdril.
Terwijl Flora van dit alles zit te genieten gebeurt er in het bos iets vreselijks…… Er loopt een man rond met donkergroene kleren aan en een pet op. Over zijn schouder hangt een raar, langwerpig ding. Dat rare ding is een geweer en die man is een jager! Een jager die dieren dood maakt! Oh nee! De jager zet allemaal klemmen in het bos en bedekt ze met bladeren. Daarna gaat hij  weer naar huis.

De nietsvermoedende dieren in het bos gaan gewoon verder met hun dagelijkse bezigheden en het duurt dan ook niet lang voordat er een angstige kreet door het bos schalmt. Een jong eekhoorntje is in een klem getrapt! Zijn pootje is gewond en hij kan er niet meer uit!

Snuf, het konijn, had alles gezien. Hij rende snel weg om alles aan Flora te gaan vertellen, zodat zij het eekhoorntje kon gaan redden. Maar, Snuf had net enkele stappen gezet of…. PATS, daar trapte Snuf ook in een klem!
Steeds meer dieren trapten in de klemmen. Wat nu? Als die vervelende jager terugkomt, maakt hij ze allemaal dood!
Flora zat op een tak in de boom en keek verontrust om zich heen. ‘Wat zijn de dieren toch onrustig’ dacht ze. ‘Is er soms iets aan de hand?’ Flora besloot om maar eens op onderzoek uit te gaan. Ze sloeg haar vleugels uit en vloog door het bos. Al snel vond ze één van de dieren die in een klem vast zat. Het was een schitterend hert, dat zachtjes zat te snikken. Toen het hert zag, dat Flora voor haar stond, was ze erg opgelucht. ‘Oh Flora’ zei Wendy het hert, ‘ik dacht dat jij de jager was, en dat je mij kwam doodschieten.’ Flora begreep er niets van. ‘Waarom wil de jager jou doden?’ ‘Hij wil mijn gewei, en van de konijntjes en de eekhoorntjes wil hij de vacht. Dat verkoopt hij en daar wordt hij rijk van.’ Flora de Fee kon niet geloven dat iemand zo gemeen kon zijn! Die arme diertjes, zomaar doodmaken. Voor geld! Bah, hoe durft hij! Daar moet ik een stokje voor zien te steken.”
Ineens dacht ze aan haar nieuwe toverstaf en aan het spreukenboek.*  Vlug vloog ze weg om het te halen. Toen ze weer terug was bij Wendy het hert begon ze te bladeren door het boek, op zoek naar een goede toverspreuk die Wendy zou kunnen bevrijden. ‘Schiet op!,’ zei Wendy, ‘dadelijk komt de jager terug!’ Hé, daar kwam Bo de postduif aangevlogen. Hij vertelde Flora dat er nog veel meer dieren in klemmen vast zaten.  Daarom ging Flora maar snel verder met het zoeken naar een geschikte spreuk. Er was geen tijd meer te verliezen! 

Opeens gaf Flora een gilletje. Dat was het! Ze richtte haar toverstaf op Wendy en zei ‘nedijrveb’ en er schoot een flits uit haar staf. Een regen van glitters daalde op Wendy neer en ….. de klem sprong los! ‘Het werkt, het werkt’, jubelde Flora. Snel sprak ze een andere spreuk uit, zodat  Wendy’s been snel genas. Toen gingen ze vlug op zoek naar een ander slachtoffer.  Zo werden er steeds meer dieren bevrijd. Maar, zou Flora wel op tijd alle dieren weten te bevrijden? Want de gemene jager was net van huis vertrokken om de buit op te halen!

‘Er   zitten nog 3 dieren vast,’ schreeuwde Bo de postduif, die alvast vooruit gevlogen was. Snel gingen ze verder. Ze kwamen bij Pluim, de eekhoorn. Ook hij werd snel bevrijd en zijn pootje werd genezen. ‘De jager is al bij het bos Flora, schiet op!’ Dat zei de grote wijze uil die inmiddels op de uitkijk was gaan zitten. ‘Oh jee, er zitten er nog 2 vast!’

Snel gingen ze verder. De volgende, een klein vosje, werd bevrijd en toen gingen ze haastig op weg, op zoek naar het laatste dier dat nog vast zat.
Het dier zat in de verste klem die de jager had uitgezet. Hopelijk waren ze op tijd en was de jager er nog niet! Toen ze vlakbij kwamen hoorden ze een eend zielig kwaken. ‘Vlug, we zijn nog op tijd,’ zei Flora. In de klem zat Eduard de eend uit de vijver. Flora stak haar toverstaf uit en riep: ‘nedijrveb’ en floep, ook Eduard was los. Maar, tijd om blij te zijn hadden ze niet, want achter hen klonken zware voetstappen! Snel doken ze weg achter de struiken. Toen de jager zag dat ook de laatste klem leeg en kapot was, begon hij luidkeels te schelden. Oeioeioei, wat was hij kwaad! ‘Bah, wat een rotbos.  Ik ga weg en kom NOOIT meer terug,’ foeterde hij. Net goed!

Toen hij weg was begonnen alle dieren te juichen en ‘Flora! Flora! Te roepen. Iedereen was zo blij dat het goed was afgelopen dat ze besloten om een feest te organiseren voor Flora. En zo werd er tot midden in de nacht gefeest!

 

* Zie hoofdstuk 2 ‘Flora en het feeëngala’

  home knutselen kleurplaten recepten gratis spelletjes moppen boekentips verhaal liedjes