lees
ook: hoofdstuk 1
hoofdstuk 4:
Flora
en de hete, hete zomer 
Het was een gezellige bedoening bij de beek in het sprookjesbos van Flora de Fee. Alle dieren van het bos hadden zich er verzameld, want het was nog de enige plek in bos waar ze nog een beetje konden afkoelen. Want, de zon scheen al weken achtereen, het had al tijden niet meer geregend en het was dus warm…. heel warm.
Het was zelfs zo warm, dat de dieren en Flora maar weinig last van bezoekende mensen hadden. Kwamen er vroeger nog regelmatig mensen wandelen in hun bos, nu kwam er door de warmte bijna niemand meer. Alle mensen zouden nu wel verkoeling zoeken aan het strand…
Hee… maar wat was dat? Terwijl alle dieren bij de beek waren, kwamen er aan de andere kant van het bos twee jongens aanlopen. Zo te zien hadden ze het ook erg warm, maar ze hadden ook erg veel plezier! De jongens liepen regelrecht naar de open plek van het bos en één van hen ging er zitten.
Maar wat ging die andere jongen nou doen? Hij liep verder het bos in, maar niet, zoals het hoort, over de paden! Nee hij liep dwars over de heide het mos en de andere planten heen! Wat deed hij daar toch? Hij raapte steeds dingen van de grond op en toen, na een poosje liep hij terug naar de open plek en gooide alles wat hij opgeraapt had, op de grond. Het waren allemaal takken! De andere jongen gooide de takken allemaal op elkaar en pakte iets uit zijn zak. Lucifers! Oh nee, de jongens gingen fikkie stoken! Dat was nu heel gevaarlijk, want door dat warme weer was alles in het bos zo droog geworden, dat een klein vonkje al een bosbrand zou kunnen veroorzaken!
Ja hoor, de eerste jongen streek en lucifer langs het doosje die meteen vlam vatte. Hij hield de lucifer bij de stapel takken en.. WOESH. De stapel begon onmiddellijk te branden. Er steeg een scherpe rook op vanaf het vuurtje, met daarin een paar gloeiende vonken…
Één van die vonken viel op een berg bladeren. Nog een keer WOESH en ook die berg vatte vlam. De boom die ernaast stond, begon ook al wat te branden. De jongens hadden het zien gebeuren en schrokken enorm. Zo hadden ze het niet bedoeld! Van pure angst renden de jongens weg, het bos uit.
Een stuk verder, bij de beek, lagen Flora en de dieren elkaar vrolijk nat te spatten. Heerlijk, dat koele water! Alleen Wodan de Wolf deed niet mee. Hij zat maar in de lucht te snuffen, net of hij iets rook. Flora, die met de dieren kon praten, vroeg hem ‘Wodan, wat doe je toch, kom toch lekker ook in het water.’ ‘Nee,’ zei Wodan, ‘ik ruik een brandlucht. Het is beter als we even gaan kijken waar het vandaan komt. Spring jij op mijn rug, dan gaan we samen even kijken.’
Zo
gezegd zo gedaan en zo gingen ze samen op weg. Ze konden de brandlucht steeds
sterker ruiken en tussen de bomen door zagen ze ook al wat rook. Maar opeens
zagen ze het op de open plek: BRAND!
’Oh oh oh wat erg,’ zei Flora ‘wat moeten we nu doen? Straks brandt het
hele bos af? Oh
oh oh.’ Flora
wist echt niet meer wat ze moest doen. ‘Maar jij weet toch altijd overal een
oplossing voor?’ zei Wodan. ‘Ja,’ zei Flora ‘maar nu niet. Ik zou niet
weten hoe ik dit moet oplossen.’ ‘Kun je niet iets met je toverstaf doen?’
vroeg Wodan weer. Dat was een idee! De toverstaf, daar kon Flora misschien iets
mee doen!
Ze pakte snel haar toverstaf en het minispreukenboek uit haar zak en begon te
bladeren, op zoek naar de juiste spreuk. ‘Snel, snel,’ zei Wodan ‘anders
hoeft het niet meer, dan zijn we te laat!’ Maar Flora had een goede spreuk
gevonden, begon met haar staf te zwaaien en zei: ‘Simsalawater, regen kom niet
later!’
Snel kwamen er boven de bomen van alle ten grote, donkere wolken aandrijven.
Direct daarna begon het vreselijk hard te regenen. Zo hard, dat alle vlammen
heel snel doofden.
Er klonk ineens een enorm gejuich door het bos. Alle dieren uit het bos waren op
de rook afgekomen en hadden alles gezien. Flora was nu weer eens hun held en dat
werd nog lang gevierd….
home
knutselen
kleurplaten
recepten
gratis
spelletjes
moppen
boekentips
verhaal
liedjes
![]()